ECLI:NL:RBDHA:2021:16948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eisers, een gezin met minderjarige kinderen, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Italië verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Italië gedaan, dat is geaccepteerd.
Eisers stelden dat in Italië ernstige tekortkomingen bestaan in de asielprocedure en opvangvoorzieningen, verwijzend naar het Jawo-arrest en rapporten van SFH en AIDA. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in recente arresten heeft geoordeeld dat Italië passende opvang biedt aan Dublinclaimanten, ook aan kwetsbare personen.
De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde informatie onvoldoende is om te concluderen dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat individuele garanties bij overdracht noodzakelijk zijn. Het persoonlijke relaas van eisers over de situatie in Italië is onvoldoende om het beroep te steunen. Eisers kunnen klachten indienen bij Italiaanse autoriteiten.
Het verzoek van eisers om de zaak aan te houden in afwachting van een inhoudelijke beslissing van het EHRM wordt afgewezen. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.