ECLI:NL:RBDHA:2021:16958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking besluit mvv nareis
Verzoekster had een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel nareis ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen in het primaire besluit van 12 augustus 2020. Het bezwaar van verzoekster werd ongegrond verklaard in het bestreden besluit van 20 mei 2021. Verzoekster stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
Op 7 oktober 2021 trok verweerder het bestreden besluit in vanwege nieuwe feiten en omstandigheden, namelijk de aankomst van verzoekster in Addis Abeba, waardoor DNA-onderzoek kon worden uitgevoerd. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht zij om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat intrekking van een besluit vanwege nieuwe feiten en omstandigheden die buiten de onderzoekslast van het bestuursorgaan vallen, niet gelijkstaat aan erkenning van onrechtmatigheid. Daarom is er geen sprake van tegemoetkomen dat een proceskostenveroordeling rechtvaardigt. Ook was het niet onzorgvuldig dat verweerder het besluit nam zonder eerst contact met verzoekster op te nemen, gezien de onduidelijkheid over haar uitreis.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en deed dit zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door rechter C. Karman en griffier R.G.A. Beijen op 13 december 2021.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit geen erkenning van onrechtmatigheid inhoudt.