ECLI:NL:RBDHA:2021:16992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring en niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging verblijfsrecht wegens ernstige bedreiging samenleving
Eiser, een Unieburger met Poolse nationaliteit, werd geconfronteerd met beëindiging van zijn verblijfsrecht en een ongewenstverklaring vanwege meervoudige veroordelingen voor diefstal en een ernstige bedreiging voor de samenleving.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt, mede gelet op zijn strafrechtelijke verleden en harddrugverslaving. De belangenafweging door verweerder is redelijk, gezien de korte verblijfsduur en het ontbreken van een stabiel bestaan in Nederland.
De rechtbank stelt dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en verweerder in de bezwaarprocedure een volledige heroverweging heeft uitgevoerd. Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk.