Eiseres, Egyptische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij haar Nederlandse zoon te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres geen geldige mvv had en niet kon worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. De belangenafweging achtte verweerder in haar nadeel, stellende dat familieleven vanuit Egypte kon worden voortgezet.
Eiseres betoogde dat zij op advies van de Nederlandse ambassade in Caïro met een Schengenvisum was gekomen, bedoeld voor verblijf bij haar toen minderjarige zoon, maar dat de zoon inmiddels meerderjarig was geworden. Hierdoor ontstonden problemen met de aanvraag. De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen bijzondere omstandigheden bestonden om vrijstelling te verlenen.
De rechtbank oordeelde dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste in deze situatie onevenredig bezwarend is en dat verweerder het besluit moest heroverwegen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.