ECLI:NL:RVS:2020:759
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling, met de Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij zijn Nederlandse echtgenote. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 29 oktober 2018 af vanwege het ontbreken van de vereiste machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris het verzoek om vrijstelling van het mvv-vereiste niet inhoudelijk had beoordeeld.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris verplicht was om te beoordelen of de vreemdeling aan de materiële vereisten voor gezinshereniging voldeed voordat werd beslist over het mvv-vereiste. De Afdeling bevestigde dat een beoordeling van de materiële vereisten pas nodig is indien bijzondere persoonlijke omstandigheden worden aangevoerd die het onevenredig bezwarend maken om aan het mvv-vereiste vast te houden.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden, waaronder een kinderwens en medische trajecten in Nederland, niet als bijzondere omstandigheden heeft aangemerkt en dit standpunt deugdelijk heeft gemotiveerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.