ECLI:NL:RBDHA:2021:2027
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van Afsluitingsregeling wegens ontbreken asielaanvraag
Eisers, allen Indonesische nationaliteit en gezinsleden, vroegen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan op basis van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eisers nooit een asielaanvraag hadden ingediend, een vereiste voor toepassing van de regeling.
Eisers voerden in beroep aan dat de staatssecretaris het gelijkheidsbeginsel had geschonden door hen anders te behandelen dan vergelijkbare gevallen waarin verblijfsvergunningen werden verleend zonder asielprocedure. Tevens stelden zij dat zij ten onrechte niet in bezwaar waren gehoord.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een asielaanvraag een wezenlijk onderscheidend criterium is en dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van gelijke gevallen. Ook was het afzien van het horen in bezwaar geoorloofd omdat het bezwaar geen andere uitkomst kon hebben. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling wordt ongegrond verklaard.