ECLI:NL:RVS:2018:1365
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen nihil vaststelling huurtoeslag wegens vermogen
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die het bezwaar tegen de definitieve vaststelling van haar huurtoeslag over 2015 ongegrond verklaarde. De Belastingdienst/Toeslagen had de huurtoeslag definitief vastgesteld op nihil en een bedrag van €1.528,00 teruggevorderd omdat appellante in 2015 voordeel uit sparen en beleggen had genoten, waardoor haar vermogen boven het heffingvrije vermogen uit de inkomstenbelasting lag.
Appellante voerde aan dat de Belastingdienst ten onrechte van het horen was afgezien en dat nader onderzoek nodig was voordat het bezwaar als kennelijk ongegrond kon worden verklaard. Zij stelde dat een hoorzitting had kunnen voorkomen dat de beroepsprocedure werd voortgezet.
De Raad van State oordeelde dat van het horen mag worden afgezien indien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat het bezwaar niet tot een ander besluit kan leiden. De Belastingdienst hoefde geen nader onderzoek te verrichten omdat de aanslag inkomstenbelasting leidend is voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag. Het bezwaar was daarom terecht als kennelijk ongegrond afgewezen zonder hoorzitting.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het bezwaar tegen de nihil vaststelling van huurtoeslag wordt bevestigd.