ECLI:NL:RBDHA:2021:2029
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst na intrekking ontslag op staande voet
Werknemer, sinds januari 2020 in dienst als Commercieel Manager bij Juizz, werd op 23 december 2020 op staande voet ontslagen wegens vermeende onrechtmatigheden rondom bedrijfsmiddelen. Werknemer betwistte dit en diende op 30 december 2020 een verzoekschrift in tot vernietiging van het ontslag, betaling van salaris met wettelijke verhoging, teruggave van bedrijfsmiddelen en vergoeding van proceskosten.
Voor de mondelinge behandeling op 1 februari 2021 trok werkgever het ontslag op staande voet in, betaalde het achterstallige salaris met een gedeeltelijke wettelijke verhoging en bood werknemer de mogelijkheid zijn werkzaamheden te hervatten. De rechtbank oordeelt dat werknemer hierdoor feitelijk instemt met de intrekking en geen belang meer heeft bij vernietiging van het ontslag, waardoor dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank wijst wel de resterende wettelijke verhoging van 40% op het achterstallige salaris toe, omdat de vertraging volledig aan werkgever is toe te rekenen. Verzoeken tot terbeschikkingstelling van een bakfiets en tot schriftelijke rehabilitatie worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten worden deels toegewezen, waarbij rekening is gehouden met de noodzaak tot procederen door het onterecht gegeven ontslag en de intrekking door werkgever.
Uitkomst: Verzoek tot vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst afgewezen; wettelijke verhoging en deels proceskosten toegewezen.