Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het Centraal Administratiekantoor (het CAK), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres ontving een boete van €402,24 wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering binnen drie maanden na aanmaning. Verweerder stelde dat eiseres vanaf 18 mei 2017 verzekeringsplichtig was, maar eiseres had toen geen rechtmatig verblijf in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat ten tijde van de aanmaning op 22 februari 2019 eiseres geen rechtmatig verblijf had, waardoor zij niet verzekeringsplichtig was volgens de Wet langdurige zorg. Hierdoor was het opleggen van een boete onterecht. Het latere besluit van de IND dat met terugwerkende kracht verblijf toestond, doet hieraan niet af.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit tot boeteoplegging. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De boete voor het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering wordt vernietigd omdat eiseres ten tijde van de aanmaning niet verzekeringsplichtig was.