Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Kosovaarse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier op grond van schrijnende omstandigheden en niet-tijdelijke humanitaire gronden. De staatssecretaris wees deze aanvragen af en stelde een deel buiten behandeling wegens het niet betalen van leges. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelt dat de discretionaire bevoegdheid om ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen is afgeschaft per 1 mei 2019 en dat de regeling in artikel 3.6ba van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet voldoet aan het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Dit omdat de regeling onvoldoende duidelijkheid biedt over de procedurele behandeling van schrijnende omstandigheden in hoger beroepsfase en de rechtsbescherming onvoldoende is gewaarborgd.
De rechtbank verklaart het beroep in een zaak niet-ontvankelijk en in een andere ongegrond, maar verklaart het beroep in de zaak AWB 20/7510 gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van het oordeel van de rechtbank. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen die uitzetting verbiedt tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak; uitzetting wordt tijdelijk verboden.