ECLI:NL:RBDHA:2021:13651
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijf op grond van Afsluitingsregeling wegens niet voldoen aan voorwaarden en contra-indicaties
Eisers, een Oekraïens gezin, hebben hun aanvraag tot verblijf op grond van de Afsluitingsregeling ingediend nadat eerdere asielverzoeken waren afgewezen en zij waren uitgezet. Verweerder wees de aanvragen af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan voorwaarden b en c, alsmede het toepassen van contra-indicaties a, e en f.
De rechtbank oordeelt dat het Unierecht niet van toepassing is op deze procedure en bevestigt dat de vijfjaarseis voor ononderbroken verblijf strikt wordt toegepast, waarbij perioden van verblijf vóór uitzetting niet worden meegeteld. Eisers voldeden niet aan deze voorwaarde, waardoor zij niet in aanmerking komen voor vrijstelling van het mvv-vereiste.
Daarnaast concludeert de rechtbank dat verweerder niet in strijd heeft gehandeld met de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel. Ook is onvoldoende gebleken van bijzondere omstandigheden op grond van artikel 8 EVRM Pro die een afwijking rechtvaardigen.
Het beroep op de discretionaire bevoegdheid van verweerder wordt eveneens verworpen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvragen tot verblijf op grond van de Afsluitingsregeling wordt ongegrond verklaard.