ECLI:NL:RBDHA:2021:2669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. Vollebregt - Kuipers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens geldige internationale bescherming in Cyprus
Eisers, van Syrische nationaliteit, hebben asielaanvragen ingediend in Nederland die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk zijn verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij internationale bescherming genieten in Cyprus. De rechtbank stelt vast dat eisers beschikken over geldige verblijfsdocumenten van de Cypriotische autoriteiten en dat aan eiser 1 internationale bescherming is verleend, bevestigd door een verklaring van de Cypriotische autoriteiten.
Eisers betogen dat de verblijfsdocumenten niet voldoende zekerheid bieden over hun status en dat de Nederlandse overheid onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar hun situatie in Cyprus. Ook wijzen zij op persoonlijke omstandigheden zoals bedreiging, intimidatie, discriminatie en detentie in Cyprus, en de kwetsbaarheid van het gezin met minderjarige kinderen met psychische problemen.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat verweerder terecht uitgaat van de juistheid van de verblijfsdocumenten en de status van eisers in Cyprus. De persoonlijke omstandigheden en medische klachten van de kinderen halen niet de hoge drempel die vereist is om aan te tonen dat terugkeer naar Cyprus een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro Handvest oplevert.
Daarom zijn de asielaanvragen terecht niet-ontvankelijk verklaard en worden de beroepen ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de asielaanvragen niet-ontvankelijk omdat eisers internationale bescherming genieten in Cyprus.