Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedatum 1] , van Soedanese nationaliteit, eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
3m. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;
4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
In het voorliggende geval is de rechtbank echter van oordeel dat eiser door de gang van zaken niet in zijn belangen is geschaad. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de relevante tekst uit het verslag van het vertrekgesprek niet meer dan 10 à 15 regels beslaat en geen wezenlijk nieuw beeld schetst zodat eisers gemachtigde hierop ter zitting heeft kunnen reageren en dat eiser zelf al kennis heeft van dit gesprek. De rechtbank zal het stuk daarom betrekken bij de beoordeling van het beroep.
Met eiser is onmiddellijk voorafgaand aan zijn staandehouding op 4 februari 2021 een vertrekgesprek gevoerd. Hij is in bewaring gesteld en daarna is op 8 februari 2021 opnieuw een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Anders dan eiser aanvoert, is de rechtbank van oordeel dat deze gesprekken wel als uitzettingshandeling zijn te beschouwen. Met deze gesprekken worden vreemdelingen niet enkel geïnformeerd over de te zetten vervolgstappen, maar worden zij ook gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden om het (als dan niet alsnog vrijwillig) vertrek te bespoedigen. Op 9 februari 2021 is de vlucht voor eiser geboekt en op 10 februari 2021 zijn de Franse autoriteiten geïnformeerd over de aanstaande overdracht. Met deze gang van zaken heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet onvoldoende voortvarend gehandeld. Dat de vlucht pas op 17 februari 2021 zou plaatsvinden leidt niet tot een ander oordeel. Immers, zoals verweerder ter zitting niet ten onrechte heeft opgemerkt, zijn de beschikbare plaatsen op de vlucht een beperkende factor. Bovendien blijkt uit de dossierstukken dat de Franse autoriteiten als voorwaarde stellen dat zeven
werkdagen van tevoren de overdracht wordt aangekondigd. Eisers opmerking ter zitting, dat hij ook op een vlucht van 11 februari 2021 had kunnen worden geboekt, klopt dus niet. Ook als er ruimte was op die vlucht, was er onvoldoende tijd geweest om de Franse autoriteiten op de hoogte te stellen.
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.