ECLI:NL:RVS:2019:1855
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris
Op 26 maart 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op overdracht aan Duitsland. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld, omdat pas op de zevende dag na inbewaringstelling een vertrekgesprek werd gevoerd en een vlucht werd geboekt, terwijl bij een geplande inbewaringstelling snellere handelingen vereist zijn.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van €1.200 over de periode van 26 maart tot en met 9 april 2019. Tevens werden proceskosten van €1.536 toegewezen aan de vreemdeling. De maatregel van bewaring was inmiddels opgeheven, zodat geen bevel tot opheffing nodig was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend wegens onvoldoende voortvarendheid.