Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Ziekte- en arbeidsongeschiktheidsuitkering (Zavo) die door verweerder is afgewezen. Na bezwaar is het bestreden besluit gehandhaafd, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank heeft verweerder meerdere malen de gelegenheid gegeven het gebrek in het bestreden besluit te herstellen, waaronder het laten verrichten van een medisch onderzoek door een verzekeringsarts. De verzekeringsarts concludeerde een marginale belastbaarheid van eiser met beperkingen op persoonlijk en sociaal functioneren.
Verweerder heeft onvoldoende onderbouwd dat eiser in staat was passende arbeid te verrichten, zoals een functie van rector/directeur op een kleinere school. De rechtbank oordeelt dat het gebrek niet is hersteld en vernietigt het besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank draagt verweerder op binnen drie weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de Ziektewetuitkering die eiser geacht wordt te hebben ontvangen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 26 maart 2021.