ECLI:NL:RBDHA:2021:2957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel met Italië
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 8 oktober 2020 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Verweerder besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname aan Italië gedaan, waarop Italië niet tijdig reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid bij Italië kwam te liggen.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de stukken van Italiaanse autoriteiten niet als reden zag om de aanvraag zelf te behandelen, en dat verweerder niet had onderzocht of de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit in Italië werden opgeschort. Tevens stelde eiser dat de coronapandemie de opvang in Italië negatief beïnvloedt en dat verweerder ten onrechte aan Italië had gemeld dat eiser ondergedoken was, wat de overdrachtstermijn verlengde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, gesteund door jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De door eiser aangevoerde rapporten en landeninformatie boden onvoldoende bewijs voor een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling in Italië. Ook de coronapandemie leidde niet tot een andere beoordeling. De rechtbank vond dat verweerder voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat Italië de asielaanvraag in behandeling zal nemen en dat nader onderzoek niet nodig was.
De rechtbank stelde vast dat de verlenging van de overdrachtstermijn naar achttien maanden zal worden ingetrokken, waarmee aan eisers bezwaar tegemoet is gekomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van de Dublinverordening is ongegrond verklaard.