ECLI:NL:RBDHA:2021:3099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens onvoldoende bewijs ontoegankelijkheid noodzakelijke medische zorg in Suriname
Eiseres, met Surinaamse nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige hartproblemen. Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat medische behandeling en medicatie beschikbaar zijn in Suriname en dat eiseres medisch in staat is te reizen.
Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat eiseres onvoldoende inzicht gaf in haar financiële situatie en niet aannemelijk maakte dat zij geen toegang heeft tot noodzakelijke zorg in Suriname. Eiseres betwistte dit en verwees naar media-informatie over problemen in Surinaamse ziekenhuizen en stelde dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het BMA-advies mocht uitgaan en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat de zorg niet toegankelijk is. De bewijslastverdeling volgens het Paposhvili-arrest werd correct toegepast en er was geen sprake van excessief formalisme. Ook werd het betoog over schending van de hoorplicht verworpen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het uitstel van vertrek wordt afgewezen.