ECLI:NL:RBDHA:2021:3332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wegens voldoende draagkracht
Eiser, die sinds april 2019 een Ziektewetuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor woonkostentoeslag. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser volgens de draagkrachtberekening voldoende middelen had om de woonlasten te voldoen. Eiser betwistte de draagkrachtberekening, stellende dat vaste lasten en schuldaflossingen niet waren meegewogen en dat een retentiebonus ten onrechte in de berekening was betrokken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de draagkracht correct had berekend op basis van het inkomen uit de Ziektewetuitkering en dat vaste lasten en schuldaflossingen volgens het toepasselijke beleid niet in mindering worden gebracht tenzij sprake is van een gemeentelijke schuldregeling, wat hier niet het geval was. De retentiebonus was niet meegenomen in de berekening.
De woonkosten werden vastgesteld conform de Beleidsregels bijzondere bijstand Participatiewet Zoetermeer 2016, waarbij alleen de huurprijs als relevante woonkost wordt beschouwd. De draagkracht van eiser was hoger dan de maximaal toe te kennen woonkostentoeslag, waardoor de afwijzing van de aanvraag redelijk was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser voldoende draagkracht heeft om zijn woonlasten te voldoen.