Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. M. Schaap-Huijsmans, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd geweigerd op grond van de Dublinverordening, stellende dat Cyprus verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank had eerder een besluit van 28 september 2020 vernietigd wegens onvoldoende motivering.
In het bestreden besluit van 9 februari 2021 handhaafde verweerder deze weigering, verwijzend naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 februari 2021. Eiser voerde aan dat hij geen toegang tot adequate opvang in Cyprus zal hebben, onderbouwd met diverse rapporten en artikelen over slechte omstandigheden in het noodopvangcentrum Pournara en ontoereikende financiële bijdragen.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Cyprus geen adequate opvang zal ontvangen, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is, en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het besluit toch gehandhaafd moet blijven. Ook is onvoldoende ingegaan op de problematiek rond het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen in Cyprus.
Daarom is het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Tevens is verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wegens verantwoordelijkheid Cyprus wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.