Uitspraak
Beschikking op het op 11 april 2018 ingekomen verzoekschrift van:
[Y] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- het verzoekschrift;
- de brief van 24 mei 2018 van de IND;
- de brief van 26 juli 2018 van de zijde van verzoeker;
- de brief van 5 september 2018 van de zijde van verzoeker, met bijlagen;
- de brief van 12 oktober 2018 van de IND met bijlagen;
- de brief van 16 april 2020 van de IND;
- de brief van 28 oktober 2020 van de zijde van verzoeker, met als bijlage een akte houdende uitlating;
- de brief van 7 december 2020 van de IND.
- mr. Jap-A-Joe;
- mevrouw Meijer namens de IND.
Verzoek en onderbouwing
Standpunt van de IND
Standpunt van de officier van justitie
Feiten
- Verzoeker is op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] geboren als zoon van [vader] en [moeder] (hierna: de moeder). De ouders waren op het moment van geboorte van verzoeker met elkaar gehuwd.
- Verzoeker verkreeg bij zijn geboorte de Marokkaanse nationaliteit.
- De moeder is bij Koninklijk Besluit van [datum KB] 1989 met nummer [nummer] genaturaliseerd. Verzoeker deelde in die naturalisatie.
- Verzoeker is op [datum huwelijk] 2001 te [plaats 1] , Marokko, gehuwd met [echtgenote] .
- Op 14 december 2004 is laatstelijk door de gemeente [gemeente] een paspoort aan verzoeker verstrekt.
- Verzoeker heeft vanaf zijn geboorte tot augustus 2005 in Nederland gewoond. In augustus 2005 is verzoeker naar Marokko gegaan.
- Op 13 juli 2006 is verzoeker in Marokko gearresteerd op verdenking van in Nederland gepleegde misdrijven.
- De persoonslijst van verzoeker is sinds 27 oktober 2006 opgeschort wegens emigratie.
- Verzoeker is op [datum beschikking] 2007 door de strafkamer in eerste aanleg te Marokko veroordeeld tot de doodstraf vanwege moord, verkrachting, roof, het gebruik van drugs en openbare dronkenschap.
- Bij uitspraak van de strafkamer van het Hof van [beschikkingsdatum 1] 2008 is een schadeloosstelling uitgesproken voor de vader, moeder en zussen van het slachtoffer en is de eerder aan verzoeker opgelegde doodstraf omgezet in een levenslange gevangenisstraf.
- In de beschikking van de strafkamer van de Hoge Raad van Marokko van [beschikkingsdatum 2] 2010 is als bewijsmiddel een verklaring opgenomen die verzoeker tegenover een gerechtelijk ambtenaar heeft afgelegd, inhoudende:
- De advocaat van verzoeker heeft op 1 februari 2017 een brief aan de Nederlandse ambassade te [plaats 2] , Marokko gestuurd. In deze brief staat onder meer het volgende:
- De Casemanager Afrika en Midden-Oosten, afdeling Consulaire Aangelegenheden, directie Consulaire Zaken en Visumbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft bij e-mailbericht van 3 februari 2017 geantwoord op de brief van de advocaat van verzoeker en als volgt bericht:
Beoordeling
Beslissing
M.J. Alt-van Endt, rechters, bijgestaan door mr. I.M. Talstra-Touwen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2021.