ECLI:NL:RBDHA:2021:3713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergoeding toevoeging onterecht bij verschillende rechtsbelangen in verblijfsprocedures
Eiser, advocaat, had in twee procedures bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst rechtsbijstand verleend aan een cliënt met betrekking tot verblijfsvergunningen: de eerste procedure betrof het herkrijgen van een ingetrokken au pair-vergunning, de tweede het verkrijgen van een verblijfsrecht bij de partner. Verweerder trok de vergoeding voor de tweede toevoeging in, stellende dat sprake was van hetzelfde rechtsbelang.
De rechtbank stelde vast dat het doel en beoogd eindresultaat van de rechtsbijstand in beide procedures wezenlijk verschilden, waardoor geen sprake was van hetzelfde rechtsbelang of nauwe verwevenheid. Jurisprudentie en de werkinstructie 'Bereik' bevestigden dat bij verschillende rechtsbelangen meerdere toevoegingen kunnen worden verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser. De procedure vond plaats via Skype en de uitspraak werd openbaar gedaan op 15 april 2021.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de vergoeding en herroept het primaire besluit.