ECLI:NL:RVS:2019:3129
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J. Hoekstra
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursorgaanstatus en Wob-verzoek internationale rijbewijzen door ANWB
De vereniging Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB werd door de rechtbank aangewezen als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met betrekking tot de afgifte van internationale rijbewijzen. Dit hield in dat zij op een Wob-verzoek van [wederpartij] moest beslissen, wat zij aanvankelijk niet deed. De ANWB stelde in hoger beroep dat zij geen bestuursorgaan is omdat de bevoegdheid tot afgifte van internationale rijbewijzen niet bij wettelijk voorschrift is toegekend, maar slechts op basis van ministeriële machtiging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de bevoegdheid tot het afgeven van internationale rijbewijzen wel degelijk voortvloeit uit artikel 117 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, waarin besturen van verenigingen met verkeersbelangen expliciet zijn aangewezen. Ook eerdere ministeriële brieven bevestigen deze publiekrechtelijke bevoegdheid. De ANWB bepaalt met de afgifte van het internationale rijbewijs eenzijdig de rechtspositie van anderen, waardoor zij als bestuursorgaan moet worden aangemerkt.
Daarnaast werd geoordeeld dat de rechtbank terecht de ANWB heeft veroordeeld tot proceskostenvergoeding aan [wederpartij], ondanks dat de rechtsbijstand werd verleend door een gemachtigde die met [wederpartij] een zakelijk contact onderhoudt. De Afdeling bevestigde dat deze rechtsbijstand beroepsmatig was en voor vergoeding in aanmerking komt.
Het hoger beroep van de ANWB werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De ANWB moet binnen zes weken na verzending van de uitspraak alsnog beslissen op het Wob-verzoek van 23 oktober 2017.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de ANWB als bestuursorgaan moet worden aangemerkt en op het Wob-verzoek moet beslissen.