Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , geboren op [geboortedatum] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te Den Haag, verweerder,
ProcesverloopBij afzonderlijke besluiten van 1 november 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aan eisers verleende verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum, 17 september 2012. Daarnaast heeft verweerder de aan eisers verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot 17 september 2007. Tevens heeft verweerder geweigerd aan eisers een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen of uitstel van vertrek. Verder is aan eisers een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar.
Overwegingen
- hun identiteit;
- de identiteitsgegevens van meegereisde gezinsleven;
- hun gezins-/familiesituatie in Irak;
- het al dan niet bestaan van familieleden in Irak en Nederland;
- eerder verblijf buiten Irak en Bagdad;
- het bezit van (reis)documenten;
- hun gebied van herkomst;
- hun verblijfplaats Bagdad voorafgaand aan hun vertrek uit Irak op 22 augustus 2007;
- de (directe) aanleiding voor hun vertrek en hun motieven voor hun komst naar Nederland;
- de omstandigheden waarin zij en hun familieleden zich op dat moment bevonden;
- hun vertrekdatum;
- hun reisroute;
- de situatie ten tijde van hun asielaanvraag hier te lande;
Het nieuwe asielrelaas
Het standpunt van verweerder
a) De geloofwaardigheid van de relevante elementen van het asielrelaas
Het standpunt van verweerder
Ten aanzien van zoon [naam 7] neemt verweerder geen familie- en gezinsleven aan. Om familieleven aan te nemen tussen meerderjarige kinderen en hun ouders moet sprake zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Eisers hebben volgens verweerder onvoldoende onderbouwd dat daarvan sprake is. De enkele stelling dat eisers en [naam 7] sinds 2005 samen veel hebben meegemaakt acht verweerder onvoldoende. Bovendien wordt ook de verblijfsvergunning van [naam 7] ingetrokken, zodat ook met betrekking tot [naam 7] sprake is van een gezamenlijke ontzegging van verblijf hier te lande, aldus verweerder.
Het standpunt van eisers
Het oordeel van de rechtbank
De BMA-adviezen van 16 september 2019
Volgens de BMA-arts is eiser in staat om met een rolstoel te reizen. Verder wordt aanbevolen dat eiser een schriftelijke overdracht van de medische gegevens meeneemt, om de medicatie te continueren tijdens de reis en om voldoende medicatie mee te nemen ter overbrugging van de reis.
Volgens de BMA-arts is eiseres in staat om te reizen en zijn daarbij geen medische voorzieningen aangewezen. Wel wordt aanbevolen dat eiseres een schriftelijke overdracht van de medische gegevens meeneemt, om de medicatie te continueren tijdens de reis en om voldoende medicatie mee te nemen ter overbrugging van de reis.
Het standpunt van verweerder in de bestreden besluiten
Het standpunt van eisers
De aanvullende BMA-adviezen van 17 juni 2020
Nieuwe medische informatie
Het oordeel van de rechtbank
voor zover deze betrekking hebben op de ambtshalve beoordeling van de reguliere verblijfsvergunning en van artikel 64 van Pro de Vw 2000. Verweerder zal nieuwe besluiten moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond, voor zover deze betrekking hebben op de ambtshalve beoordeling van de reguliere verblijfsvergunning en van artikel 64 van Pro de Vw 2000;
- vernietigt de bestreden besluiten in zoverre;
- draagt verweerder op om op de vernietigde besluitonderdelen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.068,00.