ECLI:NL:RVS:2014:260
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag reisdocument voor vluchtelingen zonder verblijfsvergunning
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de burgemeester van Utrecht van zijn aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen, omdat hij niet beschikte over een geldige verblijfsvergunning asiel. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en deze uitspraak werd aangevochten in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de verlening van de vluchtelingenstatus in Nederland samenvalt met de verlening van een verblijfsvergunning asiel. Omdat appellant geen verblijfsvergunning asiel heeft, kan hem ook geen reisdocument worden verstrekt. De Afdeling oordeelt dat artikel 11 van Pro de Paspoortwet, dat vereist dat een vluchteling een verblijfsvergunning moet hebben om een reisdocument te verkrijgen, niet in strijd is met artikel 25 van Pro de Europese Definitierichtlijn.
Appellant stelde dat hij rechtstreeks rechten kon ontlenen aan artikel 25 van Pro de Richtlijn en dat de Nederlandse wetgeving onjuist was geïmplementeerd. De Afdeling verwierp dit betoog, omdat de nationale implementatie bepaalt dat de vluchtelingenstatus gelijkloopt met de verblijfsvergunning asiel. De Afdeling bevestigt dat de burgemeester geen zelfstandige beoordelingsbevoegdheid heeft bij de afgifte van het reisdocument en dat het hoger beroep ongegrond is.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een reisdocument bevestigd.