ECLI:NL:RBDHA:2021:4054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord bij buitengerechtelijke schuldregeling ondanks weigering van schuldeisers
Verzoeker heeft een buitengerechtelijke schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij preferente en concurrente schuldeisers een beperkte uitkering ontvangen over 36 maanden tegen finale kwijting. Hoewel de meeste schuldeisers instemden, weigerden het UWV en de Dienst Gemeentelijke Belastingen (DGB) mee te werken. Het UWV baseerde haar weigering op een boete wegens onterecht ontvangen uitkering en het beleid om niet mee te werken bij boetes. DGB weigerde omdat de schuldbemiddelaar niet bij de NVVK is aangesloten.
De rechtbank oordeelt dat het lidmaatschap van de NVVK geen wettelijke vereiste is en dat de schuldbemiddelaar bevoegd is. Verder stelt de rechtbank vast dat het aangeboden akkoord het maximaal haalbare is, gezien de werkomstandigheden en de psychische en verslavingsproblematiek van verzoeker. Het akkoord biedt een gunstiger resultaat dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, mede door lagere kosten.
De rechtbank weegt het belang van de schuldeisers en verzoeker en concludeert dat de weigering van UWV en DGB niet redelijk is. Het UWV wordt bevolen in te stemmen met het akkoord, waarbij het geen recht heeft op volledige betaling. Het verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat verzoeker geen belang meer heeft nu het akkoord wordt toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt UWV en DGB in te stemmen met het aangeboden dwangakkoord en wijst het verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling af.