ECLI:NL:RBDHA:2021:4161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsrisico door verwestering
Eiseres, een Afghaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, stellende dat zij vanwege haar verwestering en de vermeende homoseksualiteit van haar echtgenoot een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling in Afghanistan.
Verweerder wees de aanvraag af omdat de gestelde problemen niet aannemelijk waren gemaakt en de identiteit en het huwelijk wel geloofwaardig werden geacht. De rechtbank oordeelde dat de psychische klachten van eiseres onvoldoende waren onderbouwd om het gehoor te beïnvloeden en dat het asielrelaas vooral betrekking had op de homoseksualiteit van de echtgenoot, welke niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie en de werkinstructie WI 2019/1, waarin wordt gesteld dat verwestering alleen tot asiel kan leiden indien sprake is van een godsdienstige of politieke overtuiging of een vervolgingsrisico wegens persoonlijke kenmerken die niet veranderd kunnen worden. Eiseres kon niet aannemelijk maken dat zij dergelijke kenmerken heeft of dat zij een reëel risico loopt op vervolging.
Ook de belangen van de minderjarige kinderen wogen niet mee voor vergunningverlening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt geweigerd.