Eiser, met dubbele nationaliteit Nederlands en Marokkaans, werd op 23 januari 2020 het Nederlanderschap ontnomen en tot ongewenst vreemdeling verklaard omdat hij zich had aangesloten bij ISIS en explosieven vervaardigde in Syrië. De rechtbank baseert zich op een ambtsbericht van de AIVD dat eiser sinds 2013 in het strijdgebied verbleef en actief was voor ISIS.
De gemachtigde van eiser weigerde toestemming te geven voor inzage in geheime stukken onderliggend aan het ambtsbericht, waardoor de rechtbank uitgaat van de juistheid van de inhoud van het ambtsbericht. De rechtbank oordeelt dat de maatregel noodzakelijk en proportioneel is ter bescherming van de nationale veiligheid en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.
De rechtbank verwerpt het betoog dat de maatregel discriminerend is, omdat het onderscheid tussen mono- en bipatride Nederlanders gerechtvaardigd is door het voorkomen van staatloosheid en het beschermen van de nationale veiligheid. Ook de belangen van eiser en zijn minderjarige kinderen wegen niet zwaarder dan het belang van de staat.
De rechtbank concludeert dat de intrekking en ongewenstverklaring op goede gronden zijn genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.