ECLI:NL:RBDHA:2021:5010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor bedrijfsmatig handelen wegens ontbreken financiële gegevens
Eiser heeft met zijn bedrijf juridische werkzaamheden verricht voor een derde partij, waarna een geschil ontstond over betaling. Eiser schakelde een advocaat in en vroeg een toevoeging aan voor rechtsbijstand om een civielrechtelijke procedure te voeren. Verweerder, het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, wees de aanvraag af omdat eiser geen financiële stukken had overgelegd die noodzakelijk zijn om te beoordelen of de procedure essentieel is voor het voortbestaan van het bedrijf.
Eiser stelde dat het weigeren van de toevoeging in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, het recht op toegang tot de rechter, en verwees naar jurisprudentie en literatuur. De rechtbank oordeelde dat eiser zelf verantwoordelijk is voor het aanleveren van de gevraagde financiële informatie en dat de toepasselijke wettelijke regeling (artikel 12 lid 2 sub e Wet Pro op de rechtsbijstand) rechtmatig is toegepast.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat het recht op toegang tot de rechter niet wordt geschonden door het weigeren van toevoeging in deze context. Ook het verzoek om een redelijk uurtarief voor verletkosten werd afgewezen. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toevoeging rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.