ECLI:NL:RVS:2017:1723
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens bedrijfsmatig belang en toetsing aan EVRM en Handvest
De zaak betreft een hoger beroep van een ondernemer die een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand heeft aangevraagd nadat hij privé aansprakelijk werd gesteld voor bestuurdersaansprakelijkheid in een civiele procedure. De raad voor rechtsbijstand wees de aanvraag af op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), omdat het rechtsbelang verband houdt met de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat deze regeling niet in strijd is met artikel 6 en Pro 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De ondernemer stelde dat hij vanwege absolute betalingsonmacht en de verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat hierdoor geen toegang tot de rechter heeft, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro en artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie oplevert.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bepalingen van de Wrb niet in strijd zijn met het EVRM en het Handvest, mede vanwege de financiële beheersbaarheid van het stelsel van rechtsbijstand. De ondernemer kan voor rechtsbijstandskosten reserveren of zich verzekeren. Bovendien wordt het recht op toegang tot de rechter niet in de kern aangetast. De Afdeling concludeerde dat het beroep ongegrond is en bevestigde het bestreden vonnis.
De uitspraak benadrukt dat ook wanneer een ondernemer in privé wordt aangesproken, de afwijzing van toevoeging voor rechtsbijstand geoorloofd is indien het geschil verband houdt met de bedrijfsuitoefening. De Afdeling sluit aan bij eerdere jurisprudentie en het Europese recht, waarin wordt gesteld dat het recht op toegang tot de rechter beperkingen kan kennen mits deze proportioneel en gerechtvaardigd zijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand wordt bevestigd.