ECLI:NL:RBDHA:2021:5034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit bevestigd
Eiseres, werkzaam als productiemedewerkster in de tuinbouw, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat zij per 3 november 2019 meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen, waarop de uitkering werd beëindigd.
Eiseres maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat haar klachten ernstiger waren dan vastgesteld, dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet correct was toegepast en dat zij vanwege medicijngebruik beperkingen had. De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig, consistent en begrijpelijk waren en dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing leverde om de bevindingen te weerleggen.
De arbeidsdeskundige stelde vast dat meerdere functies passend zijn binnen de beperkingen van eiseres, en dat de signaleringen van overschrijding van belastbaarheid adequaat waren gemotiveerd. Het bezwaar dat de urenbeperking niet juist was toegepast, werd verworpen omdat de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid van toepassing is en niet de Standaard verminderde arbeidsduur.
De rechtbank concludeerde dat de uitkering terecht is beëindigd en wees het beroep af. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat objectief medisch vastgestelde belastbaarheid leidend is voor het recht op ZW-uitkering.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering is ongegrond verklaard.