ECLI:NL:RBDHA:2021:5158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning AOW-pensioen naar gehuwdennorm ondanks feitelijke scheiding
Eiser heeft een AOW-pensioen aangevraagd naar de norm van een ongehuwde omdat hij en zijn echtgenote sinds 2005/2006 niet meer samenwonen en hun affectieve relatie is verbroken. Verweerder kende het pensioen toe naar de gehuwdennorm omdat zij niet duurzaam gescheiden leven. De rechtbank oordeelt dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat beide echtgenoten elk hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat dit bestendig moet zijn.
Hoewel eiser en zijn echtgenote niet meer samenwonen en geen affectieve relatie meer hebben, is er sprake van financiële verwevenheid, gezamenlijk eigendom van de woning, een gezamenlijke bankrekening en onderling contact en zorg. De sleutel van de woning wordt bijvoorbeeld door de echtgenote beheerd tijdens vakanties en ziekte van hun dochter. Deze feiten maken dat zij niet duurzaam gescheiden leven volgens vaste rechtspraak.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit. De motieven van eiser, zoals verklaringen van familie en vrienden, veranderen hier niets aan omdat het om de feitelijke situatie gaat. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter P.M. de Keuning op 12 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft toegekend naar de gehuwdennorm.