ECLI:NL:RBDHA:2021:5530
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbevel wegens ontbreken actueel en reëel belang
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende werknemer in dienst van een Pools bedrijf, stelde beroep in tegen een terugkeerbevel van 15 september 2020. Het bevel was uitgevaardigd omdat eiser zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden in Nederland verrichtte. De rechtbank constateerde dat het terugkeerbevel op 16 juni 2020 was uitgewerkt, aangezien eiser hieraan uitvoering had gegeven.
De rechtbank benadrukte dat de bestuursrechter alleen inhoudelijk op een beroep hoeft te beslissen indien er een actueel en reëel belang bestaat. Eiser kon niet aantonen dat hij op dit moment of in de nabije toekomst concrete opdrachten in Nederland zou uitvoeren. Hoewel een gegrondverklaring van het beroep een signaal zou kunnen zijn voor de toekomst, ontbrak het aan een concreet belang.
Daarom oordeelde de rechtbank dat eiser geen belang had bij een inhoudelijke uitspraak en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbevel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een actueel en reëel belang.