ECLI:NL:RBDHA:2021:5787
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijderingsmaatregel wegens onrechtmatig verblijf Unieburger met heroïneverslaving
Eiseres, een 31-jarige Portugese Unieburger, verbleef sinds circa 12 jaar in Nederland en voerde beroep aan tegen een verwijderingsmaatregel wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. Verweerder stelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van economisch actief of economisch niet-actief verblijf volgens artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000, mede vanwege haar langdurige werkloosheid en zwartwerk als prostituee.
Eiseres stelde dat zij een duurzaam verblijfsrecht had opgebouwd en dat haar heroïneverslaving onder het begrip 'ziekte' van de Verblijfsrichtlijn viel, waardoor haar rechtmatig verblijf niet onderbroken zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende bewijs leverde van onafgebroken rechtmatig verblijf en dat haar verslaving niet als tijdelijke arbeidsongeschiktheid kon worden aangemerkt.
Verder werd geoordeeld dat verweerder terecht een belangenafweging maakte waarbij het belang van de Nederlandse staat zwaarder woog dan dat van eiseres, ondanks haar kwetsbare positie en relatie met haar partner. Het beroep op schending van de hoorplicht werd verworpen omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte die tot een ander besluit konden leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de verwijderingsmaatregel, waarbij eiseres Nederland moet verlaten wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de verwijderingsmaatregel en verklaart het beroep van eiseres ongegrond wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf.