ECLI:NL:RBDHA:2021:5864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtigingen voorlopig verblijf familie en gezin onder jongvolwassenenbeleid
Eisers, bestaande uit een moeder en haar kinderen met Eritrese nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die hun aanvragen voor machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv’s) voor het verblijfsdoel 'familie en gezin' hebben afgewezen. De staatssecretaris oordeelde dat referent, het meerderjarige kind, niet onder het jongvolwassenenbeleid valt omdat hij niet meer tot het gezin behoort en er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
Eisers betoogden dat verweerder ten onrechte het jongvolwassenenbeleid niet toepaste, dat referent jonger dan 25 jaar is en dat er sprake is van een bijzondere en financiële afhankelijkheid, mede gezien de moeilijke situatie in Eritrea. Verweerder handhaafde zijn standpunt en stelde dat referent zelfstandig woonde en werkte, waardoor hij niet meer tot het gezin behoort.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich voldoende heeft gemotiveerd en dat eisers onvoldoende bewijs hebben geleverd van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Ook werd geoordeeld dat het gezinsleven met de broers en zus buiten Nederland kan worden voortgezet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van machtigingen tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.