ECLI:NL:RVS:2020:1270
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.W. van de Gronden
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over paspoortaanvraag wegens onzorgvuldige beoordeling nationaliteitsverlies
Appellante, die naast de Turkse ook de Nederlandse nationaliteit had, deed in 2013 vrijwillig afstand van haar Nederlandse nationaliteit door het herkrijgen van de Turkse nationaliteit. De minister van Buitenlandse Zaken weigerde vervolgens haar aanvraag voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen, omdat volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap door de vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit verloren was gegaan.
Appellante voerde aan dat zij niet wist dat het herkrijgen van de Turkse nationaliteit tot verlies van de Nederlandse nationaliteit zou leiden en dat zij gedwongen was de Turkse nationaliteit te verkrijgen om werk te kunnen krijgen. De rechtbank onderschreef het standpunt van de minister dat de verkrijging vrijwillig was en wees haar beroep af.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat de minister onvoldoende had onderzocht of het verlies van de Nederlandse nationaliteit en daarmee het Unieburgerschap in overeenstemming was met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, zoals vereist op grond van het arrest Tjebbes van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze toetsing, waarbij appellante in de gelegenheid wordt gesteld haar standpunten te geven.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige beoordeling van de gevolgen van nationaliteitsverlies in het licht van het Unierecht, met name het recht op vrij verkeer en verblijf binnen de EU.
Uitkomst: Het besluit van de minister om de paspoortaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel.