ECLI:NL:RBDHA:2021:6323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Wajong-uitkering wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Eiser heeft in 2013 en opnieuw in 2019 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. De aanvraag van 2019 werd afgewezen omdat onvoldoende medisch bewijs bestond om zijn arbeidsongeschiktheid per 18e levensjaar vast te stellen. Eiser stelde dat hij niet eerder kon aanvragen en verwees naar medische gegevens van zorgbedrijf Palier.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat het bestreden besluit tijdig was verzonden. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat geen rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) was opgesteld in de bezwaarfase.
Verweerder heeft dit gebrek in de beroepsfase hersteld door alsnog een verzekeringsarts b&b te laten rapporteren. De rechtbank volgde het oordeel van deze arts dat onvoldoende medisch bewijs bestaat voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid op 18-jarige leeftijd. De rechtbank vernietigde het besluit wegens het zorgvuldigheidsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.