ECLI:NL:RBDHA:2021:6351
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van ernstige tekortkomingen in de asielprocedure of opvangvoorzieningen in Italië die een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling opleveren.
Het beroep van eiser op jurisprudentie van het EHRM en het Hof van Justitie van de EU wordt verworpen, omdat de nieuwe Italiaanse wetgeving en garanties voldoende waarborgen bieden. De rechtbank stelt dat het aan eiser is om eventuele problemen in Italië aan te kaarten bij de bevoegde autoriteiten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.