Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 28 januari 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag, die daar op 11 februari 2017 was ingediend.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten aanzien van Italië vanwege tekortkomingen in opvang, psychische hulp en juridische bijstand. Hij verwees naar diverse rapporten en correspondentie. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Italië haar internationale verplichtingen niet nakomt en bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gesteund door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Daarnaast stelde eiser dat hij als bijzonder kwetsbare vreemdeling moet worden aangemerkt op grond van het arrest Tarakhel, waarvoor individuele garanties nodig zijn. De rechtbank vond echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bijzondere kwetsbaarheid heeft die overdracht aan Italië zou verhinderen. De medische stukken toonden specialistische behandeling, maar geen onomkeerbare gevolgen bij terugkeer naar Italië.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.