ECLI:NL:RBDHA:2021:6911
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake AVG-besluiten minister van Financiën
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen besluiten van de minister van Financiën waarbij zijn verzoeken op grond van de AVG werden afgewezen. Hij stelde dat de voortdurende verwerking van onjuiste persoonsgegevens hem aanzienlijke financiële schade berokkent, waaronder imagoschade en aansprakelijkheidsrisico's.
De voorzieningenrechter overwoog dat de belangen van verzoeker overwegend financieel van aard zijn, hetgeen in de jurisprudentie doorgaans geen aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening. Tevens ontbrak het aan een acute financiële noodsituatie die een uitzondering zou rechtvaardigen. Daarnaast werd geoordeeld dat het niet evident was dat de besluiten onrechtmatig zijn, mede omdat verweerder de standpunten van verzoeker betwist.
Gelet op het ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid, wees de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.L. van der Waals op 5 juli 2021.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.