ECLI:NL:RBDHA:2021:7012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen gebruik carillon Grote Kerk Den Haag
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag handhavend op te treden tegen het gebruik van het carillon van de Grote Kerk vanwege geluidsoverlast. Het college wees dit verzoek af, stellende dat het geluid niet in strijd is met het Activiteitenbesluit noch met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De rechtbank oordeelde dat het geluid van het carillon als onversterkte muziek kan worden gekwalificeerd en dat de normen van het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn op dit geluid. De mechanische aandrijving en de akoestische eigenschappen van de toren leiden niet tot versterking in de zin van het besluit. Ook het verbod uit artikel 4:6 van Pro de APV is niet van toepassing omdat het Activiteitenbesluit voorrang heeft.
Eisers exceptieve toetsingen op grond van het EVRM en het rechtszekerheidsbeginsel werden verworpen. De rechtbank concludeerde dat het college terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzend handhavingsbesluit inzake het carillon is ongegrond verklaard.