ECLI:NL:RVS:2022:1890
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving carillon Grote Kerk Den Haag wegens geluidhinder
Appellant, wonend nabij de Grote Kerk te Den Haag, verzocht het college van burgemeester en wethouders handhavend op te treden tegen het carillon vanwege geluidhinder. Het college weigerde dit, stellende dat het carillongeluid onversterkte muziek betreft en buiten beschouwing blijft volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het carillongebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan.
Appellant voerde aan dat het automatisch spel van het carillon niet als muziek kan worden beschouwd en dat het geluid versterkt zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het carillonmuziek betreft, ook bij automatisch spel, omdat de melodieën door een beiaardier zijn gecomponeerd. Versterking van het geluid werd niet aannemelijk gemaakt.
Verder stelde appellant dat het carillon niet onder de APV-regulering valt en dat het bestemmingsplan het gebruik niet toestaat. De Afdeling bevestigde dat het Activiteitenbesluit van toepassing is en dat het carillongebruik valt onder de bestemming 'Maatschappelijk 1' als openbare dienstverlening. De hogere beroepen zijn ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant tegen de weigering van handhaving tegen het carillon wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraken bevestigd.