Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, kreeg in 2016 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. In 2019 werd hij onherroepelijk veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf voor doodslag gepleegd in mei 2018. Verweerder trok daarop de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in, legde een inreisverbod van tien jaar op en beval onmiddellijke vertrek uit Nederland.
Eiser betwistte dat hij een actuele bedreiging vormt en voerde aan dat zijn gedragsverandering, lage recidivekans en persoonlijke omstandigheden dit niet rechtvaardigen. Hij stelde ook dat het inreisverbod en intrekking in strijd zijn met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn relatie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht alle relevante feiten en juridische gegevens heeft meegewogen, waaronder de ernst van het misdrijf, gedragsrapportages, radicaliseringssignalen en het ontbreken van beschermwaardig gezinsleven. De belangen van de Nederlandse samenleving wegen zwaarder dan die van eiser.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat ernstige strafrechtelijke veroordelingen en actuele bedreigingen grond vormen voor intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod, ook bij persoonlijke omstandigheden en relatiebetwistingen.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wordt ongegrond verklaard.