ECLI:NL:RBDHA:2021:7546
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang asielzoekster wegens geen acute medische noodsituatie
Eiseres, een asielzoekster van Angolese nationaliteit, kreeg uitstel van vertrek tot 8 februari 2021 en haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor medische behandeling werd afgewezen. Het COA beëindigde daarop per 3 februari 2021 haar recht op opvang en verstrekkingen volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005).
Eiseres voerde aan dat zij bezwaar had gemaakt tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning en dat zij vanwege haar leeftijd, taalbarrière, gebrek aan netwerk en medische situatie opvang behoefde. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet onder een categorie valt die aanspraak maakt op opvang volgens de Rva 2005 en dat het bezwaar tegen de verblijfsvergunning geen recht op opvang geeft.
Verder stelde de rechtbank dat het COA niet gehouden is opvang te bieden buiten de Rva 2005, tenzij er zeer bijzondere omstandigheden zijn, zoals een acute medische noodsituatie. De enkele stelling van eiseres dat zij medische hulp nodig heeft, was onvoldoende om dit aan te nemen. Bovendien heeft zij aanspraak op medisch noodzakelijke zorg volgens artikel 10 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waardoor beëindiging van de opvang gerechtvaardigd is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de opvang is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een acute medische noodsituatie en het niet vallen onder de Rva 2005.