ECLI:NL:RVS:2012:BW0578
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijzondere omstandigheden voor opvang vreemdelingen bij medische noodsituatie
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees een verzoek van vreemdelingen af om voortzetting van verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005. De vreemdelingen stelden dat bijzondere omstandigheden, waaronder acute medische noodsituaties, opvang noodzakelijk maakten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het COa een nieuw besluit moest nemen.
Het COa stelde in hoger beroep dat het aan de vreemdelingen is om aannemelijk te maken dat er sprake is van zulke bijzondere omstandigheden. De Raad van State bevestigde dat het COa volgens de Wet COa ook opvang verleent in zeer bijzondere omstandigheden, zoals acute medische noodsituaties, maar dat dit niet automatisch geldt. De overgelegde medische adviezen en het deskundigenonderzoek toonden niet aan dat het uitblijven van behandeling tot een acute medische noodsituatie zou leiden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een deskundigenonderzoek heeft betrokken zonder dat de vreemdelingen aannemelijk hadden gemaakt dat bijzondere omstandigheden bestonden. Ook wees de Raad erop dat voortgaande medische behandeling mogelijk blijft op grond van artikel 10 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, ook na beëindiging van de verstrekkingen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.