Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om de oorspronkelijke geboorteakte te doorhalen en een nieuwe geboorteakte op te maken waarin wordt vermeld dat het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld. Tevens verzocht zij om wijziging van haar voornamen.
Hoewel er geen wettelijke basis bestaat voor het doorhalen van een geboorteakte op grond van genderdysforie, heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij een eerdere uitspraak van de Rechtbank Limburg (28 mei 2018) en geoordeeld dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een ambivalent geslacht en dat zij de overtuiging heeft noch man noch vrouw te zijn.
De rechtbank heeft daarom het verzoek toegewezen en bepaald dat in de nieuwe geboorteakte moet worden opgenomen dat het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld. Daarnaast is de voornaamswijziging eveneens toegewezen, omdat verzoekster sinds januari 2018 de nieuwe voornamen voert en een zwaarwichtig belang bij de wijziging bestaat.
De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente wordt gelast de oude geboorteakte te doorhalen en de nieuwe geboorteakte op te maken conform de beslissing. Verzoekster kan tegen deze beschikking binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.