ECLI:NL:RBDHA:2021:8253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige verklaringen en onvoldoende bescherming China
Eiser, een Chinese nationaliteit houdende vreemdeling, diende op 21 april 2021 een asielaanvraag in in Nederland. Hij stelde niet terug te kunnen keren naar China vanwege problemen met gokschulden en een drugsveroordeling in Nederland, waarbij hij vreest voor vervolging in China.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser niet geloofwaardig was over zijn problemen met schuldeisers en de omstandigheden van zijn uitreis en huisuitzetting. Ook vond de staatssecretaris dat eiser Nederland onrechtmatig was binnengekomen en een gevaar vormde voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat de geloofwaardigheid van eiser niet was bestreden en dat verweerder terecht geen nader onderzoek hoefde te doen naar bescherming in China. De enkele stelling dat eiser de doodstraf riskeert wegens een drugsveroordeling is onvoldoende onderbouwd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer in een situatie van extreme armoede zal verkeren.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de asielaanvraag af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.