ECLI:NL:RBDHA:2021:8408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek Wajong-uitkering op basis van AAW-beoordeling bevestigd
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV werd afgewezen op grond van het oordeel dat zij arbeidsvermogen heeft. Na eerdere procedures en vernietiging van een besluit, is het bezwaar opnieuw afgewezen. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit waarin de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV concludeerden dat eiseres ondanks haar beperkingen in staat is passend werk te verrichten dat minimaal het minimumloon oplevert.
De rechtbank stelt dat de medische rapporten zorgvuldig, consistent en begrijpelijk zijn opgesteld en dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd waarom deze onjuist zouden zijn. Ook de arbeidsdeskundige beoordeling wordt onderschreven, waarbij functies passend zijn geacht ondanks het ontbreken van indexatie van het loon en het feit dat functies mogelijk niet exact traceerbaar zijn.
De rechtbank bevestigt dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid op basis van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) correct is toegepast, ook voor de periode na de achttiende verjaardag van eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.