ECLI:NL:RBDHA:2021:8558
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is sinds 12 maart 2021 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. Het geschil richt zich nu op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel sinds dat moment. Eiser stelt dat er geen redelijk vooruitzicht is op verwijdering vanwege het ontbreken van laissez passers (LP’s) sinds maart 2020, en verwijst naar eerdere uitspraken waarin het zicht op uitzetting naar Algerije werd ontkend.
De rechtbank stelt vast dat sinds maart 2020 geen LP’s meer zijn afgegeven, maar neemt kennis van recente ontwikkelingen waarbij de Algerijnse autoriteiten toezeggingen hebben gedaan om presentaties te hervatten, met geplande presentaties vanaf 26 mei 2021. Dit vormt een concreet aanknopingspunt dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is hersteld.
De rechtbank overweegt dat eiser niet heeft gesteld of bewezen dat hij niet meewerkt aan zijn identificatie en dat de duur van de bewaring nog niet zodanig lang is dat uitzetting redelijkerwijs uitgesloten kan worden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.