ECLI:NL:RVS:2021:698
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Marokko
De vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit is op 7 december 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld en verzet zich tegen zijn uitzetting naar Marokko. De rechtbank oordeelde dat er nog zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de staatssecretaris afhankelijk is van Marokkaanse laissez-passers en de vreemdeling niet meewerkte.
In hoger beroep heeft de Raad van State overwogen dat sinds 2019 geen laissez-passers meer zijn afgegeven voor vreemdelingen die niet meewerken, en dat de lange periode zonder afgifte van laissez-passers betekent dat er geen redelijk zicht is op uitzetting. De medewerkingsplicht van de vreemdeling kan niet langer tegen hem worden gebruikt zolang de Marokkaanse autoriteiten niet meewerken.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond en bepaalt dat de bewaring met ingang van 2 april 2021 wordt opgeheven. Tevens kent zij een schadevergoeding toe aan de vreemdeling en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.