Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Eritrese vrouw, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Een eerdere mvv-aanvraag werd weliswaar toegekend, maar zij kon deze niet tijdig ophalen vanwege reisbeperkingen. Een opvolgende aanvraag werd afgewezen omdat eiseres haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt met officiële documenten, en de overgelegde Soedanese vluchtelingenkaart onvoldoende bewijs leverde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich terecht op het standpunt stelde dat er geen bewijsnood was. De verklaringen van eiseres over het ontbreken van identiteitsdocumenten waren onvoldoende onderbouwd, mede gelet op het Algemeen Ambtsbericht Eritrea waaruit blijkt dat vrijwel alle Eritreeërs een identiteitsdocument bezitten. De Soedanese vluchtelingenkaart werd als onvoldoende waardevol beoordeeld omdat het niet duidelijk was op welke informatie deze was gebaseerd.
Eiseres voerde aan dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel haar recht gaf op een nieuwe mvv, maar de rechtbank verwierp dit omdat een opvolgende aanvraag niet automatisch wordt toegekend. Ook het beroep op het arrest E. van het HvJ EU faalde omdat verweerder volgens vaste gedragslijn juist had gehandeld en geen nader identificerend onderzoek hoefde aan te bieden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager op 29 juli 2021, met mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-nareis aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit.